direct naar inhoud van Hoofdstuk 6 Water
Plan: Raab Karcher
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1700.BPVZ2011PH0006-vas2

Hoofdstuk 6 Water

Een watertoets maakt duidelijk op welke wijze bij de ontwikkeling van een gebied rekening kan worden gehouden met de gebiedsspecifieke waterhuishouding en de daarvoor gestelde criteria en aandachtspunten. De meerwaarde van een watertoets is dat vroegtijdig systematisch aandacht is voor het meewegen van wateraspecten in de ruimtelijke plannen en besluiten.

De mate waarin de watertoets invloed heeft op het plan hangt af van de impact van het plan op de waterhuishouding. Het Waterschap Regge en Dinkel is de belangrijkste beheerder van grond- en oppervlaktewater in het stroomgebied van de Regge en de Dinkel. Het Waterschap moet zorgen voor droge voeten en het zuiveren van het afvalwater in Twente. Het beleid ten aanzien van water is opgenomen in het ontwerp Waterbeheersplan 2010 – 2015. Een van de beleidsuitgangspunten is om zo veel mogelijk te voorkomen dat bijna schoon water op de riolering wordt geloosd. Dit kan bereikt worden door afkoppelen van hemelwater en infiltreren van hemelwater in de bodem. Er zal gekeken moeten worden naar de specifieke mogelijkheden voor het opvangen van water en retentie. Indien infiltratie niet mogelijk is, dan zal gekeken moeten worden naar het bufferen van hemelwater om de piekbelasting te reguleren.

De gemiddeld grondwaterstand is 0,50 m beneden maaiveld. Het plangebied ligt grotendeels in een infiltratiegebied. In het zuidelijk en oostelijk deel van het gebied kwelt water in de sloten.

Waterhuishoudkundige uitgangspunten en randvoorwaarden

Met de ontwikkeling van het bedrijf Raab Karcher en de aanleg van extra verharding zal de oppervlakte van de verharding aanzienlijk toenemen, met als gevolg een versnelde afvoer van regenwater. Om het benedenstrooms gebied niet te zwaar te belasten, is met het Waterschap Regge en Dinkel op 27 mei 2010 aan de hand van de inrichtingsschets overlegd welke maatregelen moeten worden getroffen. Uit dat overleg zijn de navolgende uitgangspunten voortgekomen.

- De afvoer van de rioolwaterzuiveringsinstallatie dient gewaarborgd te blijven.

- Het regenwater van het bedrijf dient eerst te worden geborgen en dient dan gedoseerd te worden afgevoerd.

- Waar mogelijk zal de hemelafvoer worden afgekoppeld.

Aanvullend en deels als uitwerking zijn de volgende concrete uitgangspunten gehanteerd.

Neerslagsituatie

De neerslagsituatie waarbij met dit plan rekening moet worden gehouden is 20 mm in 75 minuten. Normaal wordt rekening gehouden met 40 mm in 75 minuten, maar omdat het hier gaat om een uitbreiding van de huidige situatie is het minimaal 20 mm in 75 minuten.

Afvoernorm

De afvoer naar landelijk gebied bij een T=50 neerslagsituatie (40 mm in 75 minuten) mag niet meer bedragen dan 2,4 liter/ha/sec.

Berging

Het plan mag niet leiden tot vergroting van de afvoer uit het gebied. Dit betekent dat het water moet worden vastgehouden. Afhankelijk van de exacte situering van een infiltratievoorziening en toepassing van grondverbetering kan infiltratie plaatsvinden. Daarnaast zal, zoals genoemd, berging nodig zijn.

Het plangebied omvat geen gebieden die in het kader van de Flora en Faunawet worden beschermd, noch liggen deze op een geringe afstand van het plangebied.