direct naar inhoud van 5.6 Gastransportleidingen
Plan: Raab Karcher
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1700.BPVZ2011PH0006-vas2

5.6 Gastransportleidingen

In het plangebied lopen twee gastransportleidingen; in het zuiden van het plangebied ligt een leiding van 6" en aan de zijde van de N36 ligt een leiding van 8''. Laatstgenoemde leiding neemt buiten het plangebied toe in diameter tot 12". Beide leidingen staan onder een druk van 40 bar en zijn van de Gasunie. Voor de in acht te nemen afstanden tussen de bebouwing en deze leidingen is de ministeriele Circulaire ''Zonering langs hoogdruk aardgastransportleidingen'' van 26 november 1984 van toepassing. Deze Circulaire beoogt aan te geven op welke wijze een verantwoorde zonering kan worden toegepast langs nieuwe tracÈs van aardgastransportleidingen en bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van bestaande aardgastransportleidingen.

De Circulaire gaat uit van een gedifferentieerde gebiedsbenadering, waarbinnen zonering in verband met de aanwezigheid van een aardgastransportleiding dient plaats te vinden:

- een belemmerde strook vastgelegd in het zakelijk recht, waar geen bebouwing is toegestaan;

- een gebied waar incidentele bebouwing en minder kwetsbare objecten zijn toegestaan;

- een gebied waar woonbebouwing en andere kwetsbare objecten zijn toegestaan.

In de Circulaire zijn deze gebieden met bijbehorende bebouwingsafstanden uitgewerkt. Voor de leidingen in het plangebied (zowel voor de 6"als de 8"leiding) gelden de volgende afstanden:

Incidentele bebouwing: 4 meter

Woonbebouwing: 4 meter

Deze afstand van 4 meter is tevens de minimal in acht te nemen afstand als vrijwaringzone in verband met onder meer een veilig en bedrijfszeker gastransport. Een en ander is vertaald in de voorschriften.

Nieuwe regeling in voorbereiding

Het ministerie van VROM is doende het externe veiligheidsbeleid rondom aardgasleidingen te vernieuwen. In verband hiermee heeft de gemeente op advies van de Gasunie contact gezocht met het RIVM. Het RIVM heeft berekeningsresultaten van mogelijk in acht te nemen afstanden verstrekt, op basis van technische gegevens zoals de Gasunie die in een brief van 14 december 2005 aan de gemeente heeft genoemd. Uit de brief van het RIVM blijkt dat het hier gaat om resultaten die niet definitief zijn en waarover nog bestuurlijk overleg dient plaats te vinden.

In dit verband kan ook worden verwezen naar een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 20 juli 2005 (zaaknummer 200409580/1) waaruit blijkt dat voor gemeenten de Circulaire uit 1984 leidend is. De afstanden die genoemd zijn voldoen aan de ontwerpregeling AMVB buisleidingen.

Op grond hiervan is het bestemmingsplan in overeenstemming met de Circulaire uit 1984 opgesteld.