direct naar inhoud van 5.2 Bodem
Plan: Raab Karcher
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1700.BPVZ2011PH0006-vas2

5.2 Bodem

Het plangebied bestaat deels uit verhard oppervlak dat dienst doet als opslag voor bouwmaterialen en deels als agrarisch gebied. De grootst mogelijke vervuilingsbron is echter het tankeiland van het bedrijf. Dit tankeiland wordt, in het kader van de AmvB tankstations, periodiek gecontroleerd. Daarbij vindt een controle plaats van het grondwater om hiermee veranderingen van de bodemkwaliteit als gevolg van bijvoorbeeld lekkage van de tank of leidingen te kunnen signaleren. Op 14 september 2005 is er door Geofox-Lexmond een dergelijk onderzoek uitgevoerd. Daarbij heeft men geconcludeerd dat er in het bemonsterde grondwater geen verontreinigingen van minerale olie en aromaten zijn aangetoond. Wel zijn er bij bodemluchtmeting verhogingen aangetroffen aan vluchtige bestanddelen. Een tweede bodemluchtmeting toonde echter geen verhogingen aan.

Er is een verkennend bodemonderzoek (NEN-5740), bijlage 1, uitgevoerd voor het plangebied. In zowel de boven- als ondergrond zijn in de mengmonsters geen verhoogde gehalten van de onderzochte parameters aangetoond boven de achtergrondwaarde.

In het grondwater zijn licht verhoogde concentraties aan koper, nikkel en zink aangetoond. De aangetoonde concentraties overschrijden de streefwaarde in geringe mate. De tussenwaarde wordt door geen van de parameters benaderd. Waarschijnlijk zijn de aangetoonde licht verhoogde concentraties toe te schrijven aan licht verhoogde natuurlijke achtergrondconcentraties.

In het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 is, getoetst conform de AS3000, tevens een licht verhoogde concentratie aan som xylenen aangetoond. De aangetoonde concentratie overschrijdt de streefwaarde in zeer geringe mate. De tussenwaarde wordt niet benaderd. De individuele parameters zijn niet verhoogd aangetoond, waarmee gesteld kan worden dat geen sprake is van een bodemverontreiniging.

Uit de resultaten van het verkennend bodemonderzoek kan worden geconcludeerd dat er, ons inziens, milieuhygiƫnisch gezien geen belemmering zijn voor een bestemmingswijziging van de locatie en de aanvraag van een bouwvergunning. Mocht bij herinrichting grond vrijkomen dan wordt aanbevolen deze grond op eigen locatie her te gebruiken. Bij toepassing van de grond in een werk elders, is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. De opzet van het huidige onderzoek heeft geleid tot een goed beeld van de bodemkwaliteit op de onderzoekslocatie.

De gestelde hypothese dat de locatie als "niet-verdacht" beschouwd kan worden is niet juist gebleken op basis van de aangetoonde licht verhoogde concentraties aan enkele zware metalen in het grondwater. Nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht gezien de geringe verhogingen. De gestelde hypothese dat de locatie ten aanzien van de parameter asbest in bodem als "onverdacht" kan worden aangemerkt is juist gebleken.