direct naar inhoud van 3.2 Provinciaal beleid
Plan: Raab Karcher
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1700.BPVZ2011PH0006-vas2

3.2 Provinciaal beleid

Omgevingsvisie Overijssel

De hoofdambitie van de Provincie Overijssel luidt: "een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden." Enkele belangrijke beleidskeuzes waarmee de Provincie Overijssel haar ambities wil realiseren zijn:

- Een continu en beleefbaar watersysteem als dragende structuur van Overijssel: we verbinden de wateropgave meer met natuuropgaven en we gaan voor realisatie van de Ecologische Hoofdstructuur in 2018.

- Door meer aandacht voor herstructurering zetten we in op een breed spectrum aan woon-, werk- en mixmilieu's: dorpen en steden worden gestimuleerd hun eigen kleur te ontwikkelen.

- Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik bij bebouwing door de zogenaamde 'SER-ladder' als regel voor Overijssel in te voeren. Deze methode gaat ervan uit dat je eerst het gebruik van de ruimte optimaliseert, dan de mogelijkheid van meervoudig ruimtegebruik onderzoekt en dan pas de mogelijkheid om het ruimtegebruik uit te breiden bekijkt. Hierbij vinden wij afstemming tussen gemeenten over woningbouwprogramma's en bedrijfslocaties noodzakelijk.

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel 2009

De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel 2009 geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving.

Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten:

1. generieke beleidskeuzes;

2. ontwikkelperspectieven;

3. gebiedskenmerken.

Deze begrippen worden op de volgende pagina nader toegelicht.

Generieke beleidskeuzes

Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase de zgn. 'SER-ladder' gehanteerd. Deze komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaande bebouwing en herstructurering worden benut, voordat er uitbreiding kan plaatsvinden.

Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Ecologische Hoofdstructuur en verbindingszones etc. De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend.

Ontwikkelingsperspectieven

Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities.

De ontwikkelperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend en bieden de nodige flexibiliteit voor de toekomst.

Gebiedskenmerken

Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisure-laag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt.

Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.

Toetsing van het plan aan de uitgangspunten van de Omgevingsvisie Overijssel 2009

Indien het concrete plan, uitbreiding van Raab Karcher Eshuis, wordt getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld.

Generieke beleidskeuzes

Hier gaat het om de vraag is de ontwikkeling wenselijk? Hierbij is de SER ladder van toepassing. Er geldt inbreiding gaat voor uitbreiding. In dit plan is er sprake van een kleine uitbreiding in de richting van de N36 met aan de overkant de mogelijkheid voor een toekomstig bedrijventerrein. Door de uitbreiding is het mogelijk om de interne logistiek sterk te verbeteren. Door een nieuwe ontsluiting vanaf de zuidkant verbeterd de verkeerssituatie op het Oosteinde. Ons inziens gaat het om een wenselijk initiatief.

Ontwikkelingsperspectieven

Volgens de kaart ontwikkelingsperspectieven uit de Omgevingsvisie Overijssel ligt een deel van het nu al gebruikte bedrijfsterrein in een woonwijk. De uitbreiding vindt in deze woonwijk en in het gebied schoonheid van de moderne landbouw plaats.

afbeelding "i_NL.IMRO.1700.BPVZ2011PH0006-vas2_0007.png"

Ontwikkelingsperspectieven

afbeelding "i_NL.IMRO.1700.BPVZ2011PH0006-vas2_0008.png" afbeelding "i_NL.IMRO.1700.BPVZ2011PH0006-vas2_0009.png"

Het ontwikkelingsperspectief 'groene omgeving, buitengebied, accent productie' waaronder schoonheid van de moderne landbouw hoort heeft de volgende kenmerken: open gebieden waar verdere modernisering en schaalvergroting van de landbouw royaal de ruimte krijgt.

Plan

Het plan voorziet in een uitbreiding van Raab Karcher richting de N36. De ruimte tussen de N36 en het bedrijf is te klein om verdere modernisering en schaalvergroting van de landbouw royaal de ruimte te bieden. Het gaat bij dit plan om het afronden van de bestaande dorpsrand.

Het ontwikkeligsperspectief 'stedelijke omgeving, dorpen en kernen als veelzijdige leefmilieu's, breed spectrum woon-, werk- en mixmilieu's' waaronder woonwijk en bedrijventerrein valt heeft de volgende kenmerken: de eigenheid kan versterkt worden door de karakteristieke opbouw trouw te blijven en de verbinding met het omliggende landschap of historische structuren expliciet te maken. De nadruk komt steeds meer te liggen op het creÎren van een breed spectrum aan gemengde milieus van woningen, werkruimtes, bedrijven, voorzieningen en recreatieve mogelijkheden die voortbouwen op de karakteristieke opbouw van dorp of kern. Hierbij kan het omliggende landschap beter bereikbaar worden gemaakt door open en zorgvuldig ingerichte dorpsranden.

Plan

Raab Karcher maakt onderdeel uit van de historische lintbebouwing van Vriezenveen. Het past dan ook in een breed spectrum van allerlei milieus, waaronder werkruimtes en bedrijven vallen. De voorziene uitbreiding past in de karakteristieke opbouw van het dorp Vriezenveen. Ook wordt bij deze uitbreiding leegtes die in de dorpsrand zitten gevuld met bebouwing .

Gebiedskenmerken

Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Op de bewuste locatie zijn de natuurlijke laag, de laag van het agrarisch cultuurlandschap en de stedelijke laag van toepassing.

Natuurlijke laag

De locatie is op de gebiedskenmerkenkaart 'de natuurlijke laag' aangeduid met het gebiedstype 'Hoogveengebieden (in cultuur gebracht)'.

afbeelding "i_NL.IMRO.1700.BPVZ2011PH0006-vas2_0010.png"

De natuurlijke laag

afbeelding "i_NL.IMRO.1700.BPVZ2011PH0006-vas2_0011.png"

Vroeger waren dit grote natte gebieden met veengroei onder invloed van regenwater. Wat resteert is een aantal ge'soleerde levende hoogveengebieden (hoogveenrestanten) waar veenmoeras is ontstaan en nog steeds wordt gevormd. De waterkwaliteit en -kwantiteit zijn essentieel voor de veenvorming en de natuurkwaliteit is hoog. Elders in het hoogveengebied zijn na ontginning soms veenpakketten in de bodem achtergebleven die van een hoge waterstand

afhankelijk zijn.

Plan

De uitbreiding bevindt zich in een weiland aan de rand van Vriezenveen en tussen Vriezenveen en de N36. Van het van oorsprong aanwezige hoogveen is ter plaatse geen spoor meer te bekennen. In verband hiermee gelden voor de voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen met betrekking tot de natuurlijke laag geen specifieke inrichtingseisen.

Laag van het agrarisch cultuurlandschap

De locatie is op de gebiedskenmerkenkaart 'de laag van het agrarisch cultuurlandschap' aangeduid met het gebiedstype 'Hoogveenontginningen (en hoogveenrestanten)'.

afbeelding "i_NL.IMRO.1700.BPVZ2011PH0006-vas2_0012.png"

De laag van het agrarische cultuurlandschap

afbeelding "i_NL.IMRO.1700.BPVZ2011PH0006-vas2_0013.png"

Waar het hoogveen slechts beperkt is ontgonnen ontstond het hoogveenontginningslandschap met een afwisseling in de mate van openheid, elzensingels, reliÎf en verkavelingspatroon met een relatief grillig patroon van wegen en paden. Het aanwezige veenpakket wordt met een hoge waterstand zoveel mogelijk in stand gehouden. Karakteristiek is het kleinschalige karakter en de kenmerkende weg- en kavelgrensbeplanting en de diverse iets grillige bebouwingslinten.

De hoogveenrestanten die ook al in de natuurlijke laag herkenbaar zijn, worden gekenmerkt door hun reliëf.

Plan

De uitbreiding van Raab Karcher tast het karakteristieke van het veenlandschap en vooral van het Oosteinde niet aan. De uitbreiding maakt gebruik van een rest stukje binnen Vriezenveen dat geen grote waarde heeft. Zoals beschreven in het bijgevoegde beeldkwaliteitsplan wordt er kwaliteit toegevoegd. In verband hiermee gelden voor de voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen met betrekking tot de laag van het agrarisch cultuurlandschap geen specifieke inrichtingseisen.

Stedelijke laag

De locatie is op de gebiedskenmerkenkaart 'de stedelijke laag' aangeduid met de gebiedstypen 'Woonwijken 1955-nu' en 'Bedrijventerreinnen'.

afbeelding "i_NL.IMRO.1700.BPVZ2011PH0006-vas2_0014.png"

De stedelijke laag

afbeelding "i_NL.IMRO.1700.BPVZ2011PH0006-vas2_0015.png"

De woonwijken van na 1955 zijn grotendeels planmatig ontworpen en gerealiseerd. Dat heeft geleid tot een per wijk kenmerkende hoofdstructuur met eigen aard, maat en karakter (patroon van o.a. hoofdroutes en wegen, wooneenheden en parken en groenstructuur). Functies zijn meestal ruimtelijk van elkaar gescheiden.

Bedrijventerreinen kenmerken zich als werk- of voorzieningengebieden, te onderscheiden in industriegebieden, meubelboulevards, kantorenparken en gemengde bedrijventerreinen. De verkaveling en inrichting is functioneel. De terreinen zijn slechts beperkt aangesloten op omliggende wijken en landschappen. De bebouwing is functioneel, vaak eenvoudig en eenvormig, soms karakteristiek en historisch.

Plan

Het deel van het plan dat onder deze categoriÎn valt is op dit moment al in gebruik door Raab Karcher. Het heeft de bestemming bedijventerrein in het vigerende bestemmingsplan. De uitbreiding vult de kleine leegte tussen Raab Karcher en de N36. De uitbreiding rond de bebouwing van Vriezenveen af. In verband hiermee gelden voor de voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen met betrekking tot de stedelijke laag geen specifieke inrichtingseisen.

Lust- en leisure laag

De locatie heeft op de gebiedskenmerkenkaart 'de lust- en leisurelaag' geen bijzondere eigenschappen. Deze gebiedskenmerken kunnen derhalve buiten beschouwing worden gelaten.

afbeelding "i_NL.IMRO.1700.BPVZ2011PH0006-vas2_0016.png"

De lust- en leisurelaag

Conclusie

Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling volledig in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel 2009 verwoorde provinciaal ruimtelijk beleid.