direct naar inhoud van Artikel 3 Bedrijf
Plan: Industrieterrein Zwolsekanaal, partiële herziening De Sluis 11
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1700.BPVH2011PH0020-ont1

Artikel 3 Bedrijf

3.1 Bestemmingsomschrijving

De op de verbeelding als 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. bedrijven die in bijlage 1 (Staat van Bedrijfsactiviteiten) zijn aangeduid als categorie 1,2, 3.1 of 3.2;
  • b. buitenopslag ten dienste van de bestemming, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'opslag';
  • c. verkeer en verblijf;
  • d. groenvoorzieningen en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding;
  • e. openbare nutsvoorzieningen;

met de bijbehorende voorzieningen.

In de bestemming zijn niet begrepen:

  • geluidzoneringplichtige inrichtingen;
  • risicovolle inrichtingen.
3.2 Bouwregels
3.2.1 Bouwregels bedrijfsgebouwen

Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende bepalingen:

  • a. de bedrijfsgebouwen worden gebouwd binnen het bouwvlak;
  • b. een bedrijfsgebouw mag op de niet naar de weg gekeerde perceelgrens worden gebouwd;
  • c. de hoogte van de bedrijfsgebouwen bedraagt ten hoogste 12 m;
  • d. bedrijfswoningen zijn niet toegestaan.

3.2.2 Bouwregels, bouwwerken geen gebouw zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt dat de bouwhoogte, met uitzondering van bouwwerken die betrekking hebben op de regeling en/of de geleiding van het verkeer, binnen het bouwvlak ten hoogste 9 m bedraagt en buiten het bouwvlak ten hoogste 3 m, met dien verstande dat:

  • a. de hoogte van erfafscheidingen ten hoogste 2 m bedraagt;
  • b. de hoogte van kunstwerken ten hoogste 3,5 m bedraagt;
  • c. de hoogte van reclame-objecten ten hoogste 4,5 m bedraagt.
  • d. Er buiten het bouwvlak geen overkappingen mogen worden geplaatst.

3.3 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van:

  • a. de woon- en werksituatie;
  • b. het straat- en bebouwingsbeeld;
  • c. de verkeersveiligheid;
  • d. de sociale veiligheid;
  • e. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;

nadere eisen stellen aan:

  • 1. de plaats van gebouwen, in die zin, dat deze gebouwen in de naar de weg gekeerde bouwgrens moeten worden gebouwd,
  • 2. de plaats van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met een grotere horizontale oppervlakte dan 6 m2en/of een grotere bouwhoogte dan 1,5 m.

3.4 Specifieke gebruiksregels
  • a. Het is verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken, dan wel te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met de in lid 3.1 gegeven bestemmingsomschrijving.
  • b. Onder strijdig gebruik als bedoeld onder a wordt in ieder geval begrepen:
    • 1. detailhandel;
    • 2. het gebruik van gronden en bouwwerken voor prostitutie en seksshops.

3.5 Afwijken van de gebruiksregels
  • a. Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.1voor de vestiging van bedrijven, genoemd in een hogere milieucategorie van de Staat van bedrijfsactiviteiten en bedrijven welke weliswaar niet zijn genoemd in de lid 3.1 toegestane milieucategorieën van bedrijven, mits de bedrijfsactiviteiten naar aard en invloed op de woonomgeving gelijk zijn te stellen met de in deze Staat van bedrijfsactiviteiten genoemde milieucategorieën en mits deze bedrijfsactiviteit geen onevenredige invloed heeft op de woonomgeving.
  • b. Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.4, indien strikte toepassing van deze regel leidt tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, die niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.